APLIVOS: AntiPhoshpoLipid antibodies and point-of-care INR measurements with CoaguChek – VervOlg Studie

Winnend onderzoek NVLE Award 2026 – Bettina Geertsema

Momenteel zijn wij bezig met onderzoek naar het antifosfolipidensyndroom (APS). APS is een zeldzame auto immuunziekte waarbij patiënten een verhoogd risico hebben op trombose en zwangerschapscomplicaties. Kenmerkend voor APS is de aanwezigheid van antifosfolipidenantistoffen (aPL) in het bloed1.

De behandeling van APS is vooral gericht op het voorkomen van nieuwe trombose. Hiervoor worden meestal vitamine K-antagonisten (VKA) gebruikt2. Deze medicijnen vergroten echter ook het risico op bloedingen en daarom moet de bloedstolling regelmatig gecontroleerd worden met de zogenoemde International Normalised Ratio (INR)3. De INR kan worden gemeten in veneus bloed (afgenomen uit een ader) of met een point-of-care-test (POC) via een vingerprik. Veel patiënten meten hun INR met de vingerprik thuis en ontvangen vervolgens via de Trombosedienst digitaal een doseeradvies. Bij de meeste APS-patiënten werkt deze vingerprikmethode goed. Bij een deel van de patiënten, vooral bij mensen met hoge concentraties van bepaalde aPL-antistoffen, worden echter foutief verhoogde INR-waarden gemeten4. Hierdoor kan de dosering van VKA onterecht worden verlaagd, wat juist het risico op trombose vergroot. Daarom krijgen deze patiënten het advies om terug te gaan naar veneuze INR bepalingen5. Dit is meer belastend voor patiënten, omdat het meer tijd kost, pijnlijker is en een negatieve invloed kan hebben op de kwaliteit van leven6.

Er zijn verschillende methoden (assays) om een veneuze INR te bepalen. Verschillend tussen de assays is onder andere hoeveel interferentie er is met aPL, met andere woorden: hoeveel de INR (foutief) afwijkt. De Owren methode heeft het minste last van deze interferentie, waardoor deze methode voor APS-patiënten de meest betrouwbare uitslag geeft4.

Om het probleem van vals-verhoogde INR-uitslagen verder te onderzoeken, hebben wij de AntiPhospholipid antibodies and point-of-care INR measurements with CoaguCheck – VervOlg Studie (APLIVOS) opgezet. Het doel van deze studie is om met herhaalde metingen van zowel vingerprik- als veneuze INR-waarden een persoonlijke verhouding tussen beide metingen vast te stellen. Daarmee hopen we veilige INR-controle via vingerprik toch mogelijk te maken voor APS-patiënten bij wie de standaardmetingen onbetrouwbaar zijn. Dit concept werd eerder al beschreven in een casereport van onze onderzoeksgroep7, waarin bij twee patiënten een sterk lineair verband werd gevonden tussen de vingerprik- en veneuze INR-waarden. De dataverzameling van de APLIVOS-studie is inmiddels bijna afgerond. Bij 40 patiënten zijn 10 maanden lang elke maand zowel vingerprik- als veneuze bloedmonsters afgenomen. Hierbij zijn INR-metingen verricht met de POC-methode en de veneuze Owren-methode. Daarnaast zijn op alle meetmomenten verschillende antistoffen bepaald.

Binnen de studie zagen we dat bij ongeveer 25% van de patiënten een gevaarlijk grote afwijking bestond tussen de INR-waarde uit de vingerprik en die uit veneus bloed. Deze patiënten kregen daarom het advies om hun INR alleen nog via veneuze bloedafname te laten bepalen. Echter, in de praktijk gebruiken veel trombosediensten en laboratoria niet die Owren-INR die de beste uitslag geeft, maar juist de Quick-INR of vergelijkbare assays. Daardoor hebben niet alle patiënten die het advies hebben gekregen om met veneuze metingen de INR te bepalen, nu toegang tot de tot nu toe bekende ‘gouden standaard’.

Tijdens de studie is extra bloed opgeslagen in een biobank. Hierdoor kunnen aanvullende analyses worden uitgevoerd. Met deze opgeslagen samples willen wij verschillende veneuze INR-assays onderzoeken (naast de Owren-INR), waaronder de methode die in Nederland door trombosediensten worden gebruikt. Zoals eerder genoemd hebben we in eerder onderzoek gezien dat de Quick-methode het beter doet dan de POCT, maar nu willen we onderzoeken hoeveel beter dit is en hoe dit zich verhoudt tot de Owren-methode. Op deze manier hopen we voor deze patiëntengroep op korte termijn een veilige en betrouwbare INR-meting mogelijk te maken. De financiële ondersteuning vanuit deze NVLE-award zou het mogelijk maken om deze vervolgstudie uit te voeren.


Literatuur

  1. Barbhaiya M, Zuily S. Naden R, Hendry A, Manneville F, Amigo MC et al. 2023 AR/EULAR antiphospholipid syndrome classification criteria. Ann Rheum Dis. 2023; 82(10):1258-1270
  2. Tektonidou MG, Andreoli L, Limper M, Amoura Z, Cervera R, Costedoat-Chalumeau N et al. EULAR recommendations for the management of antiphosholipid syndrome in adults. Ann Rheum Dis. 2019; 78(10):1296 1304.
  3. Ruiz-Irastorza G, Cuadrado MJ, Ruiz-Arruza I, Brey R, Crowther M, Derksen R, et al. Evidence-based recommendations for the prevention and long-term management of thrombosis in antiphospholipid antibody positive patients: report of a task force at the 13th International Congress on antiphospholipid antibodies. Lupus. 2011 Feb;20(2):206–18.
  4. Noordermeer T, Urbanus RT, Wong CY, Jansma JJ, Wiersma NM, Zivkovic M, et al. Interference in point-of-care international normalized ratio monitoring in patients with lupus anticoagulant is correlated with anti-β2-glycoprotein I antibody titers. Res Pract Thromb Haemost. 2023 Jan;7(1):100011.
  5. Geertsema-Hoeve BC, Stam-Slob MC, Bijl M, Eikenboom J, Frijns CJM, Goekoop RJ et al. Implications of 2023 ACR/EULAR classification criteria for antiphospholipid syndrome and current diagnostic and therapeutic insights: a Delphi consensus. Am J Med. 2026;139(6):708-717.
  6. Pozzi M, Mitchell J, Henaine AM, Hanna N, Safi O, Henaine R. International normalized ratio self-testing and self-management: improving patient outcomes. Vasc Health Risk Manag. 2016;12:387–92.
  7. Geertsema-Hoeve BC, Radin M, Sciascia S, Urbanus RT, Huisman A et al. Problem Solved? An Individual Ratio between Point-of-Care and Venous International Normalized Ratio Values in Two Patients with Antiphospholipid Syndrome: Two Case Reports. TH Open. 2025;19:9.