Long-term kidney outcomes in Lupus Nephritis: four decades of real-world registry data highlighting the impact of kidney relapse on eGFR decline
Wessel Vos, MUMC
Presentatie op de 15th European Lupus Meeting, Lissabon, Portugal 4-7 maart 2026
Achtergrond
Lupus nefritis (LN) is een nierontsteking die kan optreden bij mensen met systemische lupus erythematosus (SLE), een auto-immuunziekte. Tot wel 60% van de mensen met SLE krijgt hier last van. Ondanks nieuwe medicijnen blijft bij veel patiënten de nierfunctie op lange termijn achteruitgaan. In dit onderzoek hebben we gekeken hoe de nierfunctie (gemeten met de eGFR, een maat voor hoe goed de nieren werken) verandert over de jaren heen, en welke factoren – zoals terugkerende ontstekingen (relapses) – hier invloed op hebben.
Onderzoek
We hebben gegevens verzameld van ongeveer 120 mensen met lupus nefritis uit de Limburgse Nierregistratie, die sinds 1977 wordt bijgehouden. We bekeken medische gegevens, bloedonderzoek, en nierbiopten bij de start van en tijdens de behandeling. Ook keken we naar hoe vaak de ziekte terugkwam en wat dit, en de invloed van andere factoren, betekende voor de nierfunctie op lange termijn.
Resultaten
De deelnemers werden gemiddeld ruim 10 jaar gevolgd.
- De meeste patiënten herstelden gedeeltelijk (89%) of volledig (77%) van hun nierontsteking.
- Toch ontwikkelde 1 op de 5 uiteindelijk ernstige nierschade (eindstadium nierfalen) na gemiddeld 9 jaar.
- Bijna de helft (45%) kreeg opnieuw een nierontsteking, meestal binnen 3 jaar.
- Elke nieuwe terugval zorgde voor een merkbare verslechtering van de nierfunctie.
- Patiënten met terugkerende ontstekingen verloren gemiddeld zo’n 2,5 mL nierfunctie per jaar, terwijl dit bij stabiele patiënten vrijwel gelijk bleef.
Daarnaast bleek dat een slechtere nierfunctie bij de start, en meer littekenvorming of actieve ontsteking in de nierbiopten, het risico op blijvende nierschade verder verhoogden.
Conclusie
Mensen met lupus nefritis die erin slagen hun ziekte langdurig rustig te houden, behouden hun nierfunctie meestal goed. Terugkerende ontstekingen (relapses) daarentegen leiden tot blijvende schade en snellere achteruitgang van de nieren. Zelfs bij patiënten die goed reageren op behandeling, blijkt er op de lange termijn toch vaak stille littekenvorming op te treden. Daarom is betere controle van de ziekte en vroegtijdige opsporing met nieuwe markers van activiteit belangrijk, net als het gebruik van moderne behandelingen om herhaalde aanvallen te voorkomen.
